BRANDWEER OEFENT OP DE SCHELDE


– zondag 22 mei 2022 –

De Brandweer in Antwerpen is een korps dat niet alleen ingezet wordt voor branden maar ook voor bijna ontelbaar andere klussen – groot en klein – waarbij ook meestal een grondige voorbereiding bij nodig is.

De nabijheid van de Haven van Antwerpen met dokken en de Scheldestroom noodzaken dat er ook bijzondere trainingen op het menu staan.

OEFENING

Eén van die trainingen is het uit het water halen van drenkelingen, soms nog levend maar ook dood. Het is een bijzondere job die zowel fysisch als psychisch op de brandweerman indruk maakt. Daarom zijn voorbereidende trainingen absoluut noodzakelijk.

De Schelde is een zeer verraderlijke waterloop die om de zes uur van stromingsrichting verandert en een hoogteverschil heeft van bij de 7 meter tussen hoog en laag water. Hevige stromingen kunnen gevaarlijke toestanden teweegbrengen.

De Brandweer van Antwerpen wil zich dus op alle mogelijk toestanden voorbereiden en dat kan alleen maar door daadwerkelijk ’te water ‘ te gaan.

De training die voor deze dag werd aangekondigd diende om zich te wapenen tegen het natuurgeweld als men drenkelingen uit het water op het droge moet brengen.

De brandweerploeg die vandaag oefende kon dit uitzonderlijk doen onder een straalblauwe hemel, maar dat is natuurlijk niet altijd zo.

Een snelle rib met twee buitenboordmotoren werd vanaf een aanhangwagen aangevoerd en met een kraantje over de kaaimuur in het water gelaten. Ondertussen werd er reeds naar de drenkeling gezwommen door een ervaren redder met een degelijke uitrusting.

Op verschillende manieren werden kleine reddingsoefeningen uitgevoerd. Ook met een speciale draagberrie werden de drenkelingen vanuit de rib naar boven gehesen met de kraan.

Allemaal misschien wat onduidelijk voor de kijklustigen vanop afstand, maar alleszins zeer leerrijk voor de brandweermannen.

Het is goed om weten dat deze brandweerlui steeds klaar staan om snel en efficiënt op te treden ingeval van calamiteit.

Met heel veel respect voor deze mensen.

foto’s © Georges Janssens