Beschrijving van de banner

Tot aan de poolcirkel en terug

Vendée Arctique groeide uit tot een compacte maar bijzonder veeleisende oceaanrace

Voor het eerst bereikten IMOCA-zeiljachten tijdens een wedstrijd de noordpoolcirkel. De derde Vendée Arctique voerde negen solzeilers vanuit Les Sables-d’Olonne naar 66 graden noorderbreedte en terug. Na ruim 3.190 zeemijl en meer dan acht dagen wedstrijd besliste een vrijwel windstille Golf van Biskaje alsnog de strijd. De Italiaan Ambrogio Beccaria bekroonde een opmerkelijke inhaalrace met de overwinning.

Wie aan grote solowedstrijden met IMOCA’s denkt, kijkt doorgaans naar het zuiden. De Vendée Globe voert de deelnemers door de stormachtige wateren rond Antarctica. De Vendée Arctique kiest precies de tegenovergestelde richting. Vanuit Les Sables-d’Olonne aan de Franse Atlantische kust varen de schippers noordwaarts, langs de Britse Eilanden en tot aan de grens van het noordpoolgebied. Daarna keren zij terug naar Frankrijk.

De wedstrijd is veel korter dan de Vendée Globe, maar daarom niet noodzakelijk eenvoudiger. De schippers varen alleen, zonder tussenstop en zonder hulp van buitenaf. Ze zijn tegelijk navigator, meteoroloog en technicus. Slapen gebeurt in korte blokken, terwijl voortdurend het weer moet worden gevolgd en de boot op snelheid moet blijven.

De editie van juni 2026 telde slechts negen deelnemers, maar bracht bijna alles samen wat een oceaanrace zwaar en onvoorspelbaar maakt: harde wind, hoge golven, koude, vochtigheid, technische problemen, moeilijke routekeuzes en uiteindelijk ook windstilte. Verschillende deelnemers omschreven de race achteraf als een Vendée Globe in zakformaat.

Eindelijk tot 66 graden noord

De Vendée Arctique werd in 2020 voor het eerst georganiseerd. Tijdens de eerste twee edities verhinderden de omstandigheden dat de vloot werkelijk tot aan de poolcirkel kon varen. In 2026 koos de wedstrijdleiding daarom voor een aangepaste formule.

In plaats van één vast merkteken in het hoge noorden te ronden, moesten de deelnemers ergens de lijn van 66 graden noorderbreedte overschrijden. Ze konden daardoor zelf bepalen waar zij naar het noorden voeren en hun route aanpassen aan de depressies boven de Atlantische Oceaan.

De vloot kreeg geen gemakkelijke doorgang. De zeilers kregen drie opeenvolgende depressies te verwerken, met plaatselijk meer dan 35 knopen wind en golven tot ongeveer 4,5 meter. Voor de achttien meter lange IMOCA’s zijn dergelijke omstandigheden niet uitzonderlijk, maar voor de schippers vormen ze een zware fysieke en mentale belasting. De boten bewegen hard en onregelmatig, water slaat over het dek en binnenin is het lawaai vrijwel onafgebroken.

Juni is de meest geschikte periode om zover naar het noorden te varen. De dagen zijn er bijzonder lang en boven de poolcirkel verdwijnt de zon nauwelijks onder de horizon. Toch bleef de passage afhankelijk van een gunstige weersontwikkeling. Een zwaardere depressie had de route opnieuw kunnen afsluiten.

Toen de schippers 66 graden noord bereikten, was daarvan op zee niets te zien. De poolcirkel is geen boei of kustlijn, maar slechts een denkbeeldige grens op het navigatiescherm. Toch had de passage een grote symbolische betekenis. Voor het eerst waren IMOCA’s tijdens een officiële wedstrijd zo ver noordelijk gevaren.

Goodchild neemt de leiding

In het eerste deel van de wedstrijd bouwde Sam Goodchild met MACIF Santé Prévoyance een sterke positie op. Corentin Horeau moest met technische problemen opgeven, terwijl Élodie Bonafous lange tijd de belangrijkste achtervolger van Goodchild bleef.

Daarachter probeerden Violette Dorange, Francesca Clapcich en Ambrogio Beccaria aansluiting te houden. Op de terugweg kozen Goodchild en Bonafous voor de kortere passage tussen Ierland en Groot-Brittannië. Ze kregen er te maken met ongeveer dertig knopen wind, een hoge zee, druk scheepvaartverkeer en veel manoeuvres.

Beccaria besloot westelijk om Ierland te varen. Zijn route was langer, maar bood gunstigere omstandigheden om snel voor de wind te zeilen. Dorange en Clapcich volgden hem. De keuze leek aanvankelijk voorzichtig, maar hielp Beccaria uiteindelijk dichter bij het leidende duo te komen.

Vijf keer onder de boot

Dat de Italiaan nog voor de overwinning kon strijden, was op zich al opmerkelijk. Zijn wedstrijd was bijzonder moeizaam begonnen. Hij kampte met problemen aan de automatische piloot en kreeg een volledige stroomonderbreking aan boord. Tijdens de eerste anderhalve dag dacht hij zelfs aan opgeven.

Voor de Ierse kust raakten bovendien een visnet en een boei onder de kiel van Allagrande Mapei verstrikt. Beccaria moest vijf keer in het ijskoude water duiken om het obstakel los te maken. Zo’n ingreep is bijzonder riskant: de boot blijft in de golven bewegen en de solzeiler moet vermijden dat hij van zijn jacht wordt gescheiden.

De Italiaan slaagde erin het net te verwijderen. Het incident vormde ook een mentaal keerpunt. Hij herwon zijn vertrouwen, begon beter te slapen en werkte zich geleidelijk naar voren. Eerst passeerde hij Clapcich en Dorange, daarna kwam ook Bonafous binnen bereik.

De leider valt stil

Goodchild leek niettemin over voldoende voorsprong te beschikken om de wedstrijd te winnen. Tot de vloot de Golf van Biskaje bereikte. Daar verplaatste zich een omvangrijke zone met nauwelijks wind. De leider kwam er als eerste in terecht en werd sterk afgeremd.

Goodchild moest omvaren om aan de slechtste omstandigheden te ontsnappen. Beccaria kon een directere koers volgen en vond tijdelijk veel meer wind. Op bepaalde momenten voer de Italiaan ongeveer 25 knopen, terwijl Goodchild tot amper vijf knopen terugviel. De voorsprong die gedurende dagen was opgebouwd, verdween in enkele uren.

© Eloi Stichelbaut – polaRYSE/Nefsea/SAEM Vendee

Pas op ongeveer dertig zeemijl van de aankomst durfde Beccaria te geloven dat hij werkelijk kon winnen. Op dinsdag 16 juni om 3.07 uur passeerde hij als eerste de finish bij Les Sables-d’Olonne. Hij had 8 dagen, 14 uur, 5 minuten en 50 seconden nodig voor 3.190,01 gezeilde zeemijl, goed voor een gemiddelde snelheid van ongeveer 15,5 knopen.

Na ruim acht dagen op zee bedroeg het verschil tussen de eerste drie minder dan twee uur en twintig minuten. Beccaria behaalde de overwinning bovendien tijdens zijn eerste solowedstrijd met Allagrande Mapei, de voormalige Vulnerable van Thomas Ruyant.

Acht van de negen gestarte schippers voltooiden de race. Manu Cousin kwam als laatste binnen, na 13 dagen, 21 uur en 8 minuten op zee. Zijn IMOCA Coup de Pouce was pas enkele dagen voor de start te water gelaten.

Voor de deelnemers was de Vendée Arctique meer dan een afzonderlijke wedstrijd. De race vormde ook een belangrijke stap in de voorbereiding op de Vendée Globe van 2028. In iets meer dan een week werden de schippers geconfronteerd met kou, harde wind, technische problemen, slaaptekort en tactische onzekerheid. De derde editie bewees zo dat ook een relatief korte oceaanwedstrijd kan uitgroeien tot een volwaardig zeeavontuur.

© Olivier Blanchet