Beschrijving van de banner

Varen op de binnenwateren… 

…een ode aan de traagheid  

Waar kan de modale watersportliefhebber vandaag nog terecht voor een ontspannen tochtje over de binnenwateren, zonder dat daar meteen een halve expeditie of een uitgesproken nautische ambitie aan te pas moet komen? 

Gewoon een sloepje, een paar dagen tijd, en dat lichte, moeilijk te benoemen gevoel dat het goed zou zijn om even te vertragen – het antwoord blijkt soms verrassend dichtbij te liggen…

 Wij kozen voor het kanaal Plassendale-Nieuwpoort, waar Westhoek Marina zich de voorbije jaren heeft ontwikkeld tot een plek waar comfort, toegankelijkheid en een zekere maritieme beleving elkaar moeiteloos vinden.  

Zoals dat wel vaker het geval is, begint het avontuur niet op het water zelf, maar op het moment dat de voordeur achter je dichtvalt. Voor de ene betekent dat een traject met trein en tram, met een minimum aan bagage en een maximum aan vertrouwen in het Belgische spoor, wat op zich al een kleine oefening in relativering is.

Voor de andere ligt de nadruk iets meer op het praktische: een Whaly 435 op de trailer, zorgvuldig aangekoppeld en koers gezet richting kust, met het vooruitzicht van een paar dagen varen in het achterhoofd. 

Die Whaly verdient daarbij een korte maar niet onbelangrijke technische uitweiding. Het gaat hier niet om een klassieke polyester sloep, maar om een boot vervaardigd uit HDPE, High Density Polyethyleen, dat in de vorm van kleine korrels in een mal wordt gebracht. Die mal gaat vervolgens een oven in en draait een aantal minuten in het rond bij temperaturen om en bij de 400 graden – het proces doet onwillekeurig denken aan een braadkip aan het spit – waarna een perfect gevormde, dubbelwandige romp ontstaat die zich onderscheidt door een opmerkelijke robuustheid.

De vaak geciteerde filmpjes waarin dergelijke boten zonder veel scrupules met bijl of hamer worden bewerkt en daar nauwelijks sporen van dragen, blijken in de praktijk zelfs helemaal te kloppen. Het is, kort gezegd, een boot dat tegen een stootje kan, wat later op de tocht nog van pas zal komen.

 Een slipway zoals het hoort 

Eenmaal aangekomen in Westhoek Marina volgt het praktische luik, dat hier opvallend vlot en doordacht verloopt. Na het openen van de slagboom  –  die zich overigens na exact één minuut weer automatisch sluit, een detail dat zowel efficiënt als licht dwingend aandoet  –  rijden we door naar de slipway, waar zich een van die zeldzame momenten aandient waarop infrastructuur gewoon doet wat ze moet doen. 

De helling is breed, geleidelijk en comfortabel, waardoor auto en aanhangwagen zonder stress kunnen worden gepositioneerd.
De elektrische lichtbalk wordt losgekoppeld – een handeling die eenvoudig klinkt, maar waarvan men al snel beseft dat ze essentieel is – en vervolgens laten we de trailer rustig achteruit het water in glijden. Het bootje komt vrijwel vanzelf los, en met behulp van een lange meertros aan de boeg wordt het netjes naar de steiger geleid.

Wie ooit een voorbeeld zoekt van hoe een slipway hoort te functioneren, kan hier met recht en reden inspiratie komen opdoen. 

Drijvende woningen die het “tiny” ruim overstijgen 

 Eenmaal het praktische achter de rug is, wacht een van de meest opvallende aspecten van deze locatie: de zogenaamde ‘marine homes’. De naam roept spontaan associaties op met de inmiddels wijdverspreide tiny house-beweging op het land, waar compact wonen en minimalisme centraal staan, vaak met een lichte neiging tot romantisering van het kleine en het eenvoudige. 
De realiteit op het water blijkt echter van een andere orde. Hoewel het concept formeel aansluit bij die trend, is van enige bekrompenheid geen sprake. 

Via de steiger stap je binnen – in wat eerder een achterdeur dan een voordeur blijkt te zijn – en kom je terecht in een volwaardige slaapkamer met een degelijk tweepersoonsbed en voldoende bergruimte. Aansluitend bevindt zich een badkamert: een ruime douche, een wastafel en een toilet,. Een discreet plakkaatje maakt duidelijk dat het toilet een scheepstype is, dus uitkijken wat je doorspoelt. Verderop opent zich de leefruimte, waar een volledig uitgeruste keuken – inclusief vaatwasser – en grote raampartijen zorgen voor een aangenaam en licht interieur, met een onbelemmerd zicht op het water.

Buiten bevindt zich een terras dat rechtstreeks aansluit op de leefruimte, terwijl een stevige trap toegang biedt tot het dakterras, waar ligzetels en een panoramisch uitzicht van 360 graden het geheel vervolledigen. Het vergt weinig verbeelding om te beseffen dat dit bij zomerse temperaturen een bijzonder aantrekkelijke plek moet zijn. Met wat aprilwind krijgt het eerder het karakter van een maritieme uitdaging. 

Wat het geheel echter een extra dimensie geeft, is het feit dat elke woonunit over een eigen aanlegplaats beschikt, zodat het mogelijk wordt om de sloep letterlijk aan de deur te leggen. Het is een detail dat op papier misschien banaal lijkt, maar in de praktijk een verrassend sterk maritiem gevoel oproept.

 De traagheid als bewuste keuze

 Met de Yamaha 8 pk buitenboordmotor – netjes overgeheveld van een vorige zeilboot en voorzien van een high trust schroef – is de Whaly geen snelheidsmonster. Gemiddeld 6 à 7 km/u. Wie wil, kan richting 10 km/u, en met wat  wind en stroming zelfs 11 of 12 aantikken.

Maar dat betekent hogere toeren, meer lawaai en minder charme.

Dus kiezen we bewust voor het zachte pruttelen. Gezapig varen, zoals dat heet. Een tempo dat opvallend dicht aanleunt bij dat van een wandelaar. De vergelijking dringt zich bijna vanzelf op: we wandelen op het water. Volgens bijbelse verhalen heeft iemand dat ooit zonder hulpmiddelen voorgedaan, maar wij houden het voorlopig bij de meer praktische variant. Die keuze verandert de hele ervaring.

Scheepsmaat Herwig: ,,Wandelen op het water… Volgens Bijbelse verhalen heeft iemand ons dat voorgedaan, zelfs zonder bootje.. .” 

Een jogger op het jaagpad verschijnt aan de horizon, nadert langzaam, blijft even op gelijke hoogte en verdwijnt dan weer uit beeld. Het is een bijna meditatief ritme dat zich opdringt, en dat zich moeilijk laat verzoenen met de gebruikelijke drang naar snelheid en efficiëntie.

 De eerste tocht gaat richting Brugge. Althans, dat was het plan. Na een paar kilometer, ter hoogte van de Rattenvallenbrug, groeit het besef dat Brugge vandaag al te ambitieus is. We draaien om. Niet uit onvermogen, maar uit inzicht: op dit tempo is de weg belangrijker dan de bestemming. Op het terras van ons ‘marine home’ genieten we van een schitterende zonsondergang, de bomen weerspiegelen in het kabbelende water en ondertussen genieten we nog zo van een en ander vloeibaars. 

Langs het water… maar waarom zo weinig erop? 

Wat ons opvalt, is hoe sterk toeristische diensten vandaag inzetten op activiteiten langs het water – wandelen, fietsen, jaagpaden die steeds drukker worden – terwijl het varen zelf relatief onderbelicht blijft. Dat is op zich begrijpelijk, maar tegelijk ook een gemiste kans. 

Vanop het water ontvouwt zich immers een ander perspectief. Je ziet de fietser passeren zonder zelf opgejaagd te worden, observeert de wandelaar zonder deel te nemen aan diens tempo, en behoudt een zekere afstand die rust brengt.

Het is een vorm van toerisme die minder nadrukkelijk aanwezig is, maar net daardoor een eigen charme heeft. 

Natuur in detail, omdat er tijd voor is 

Wie zich overgeeft aan die traagheid, krijgt er iets voor terug. De rust maakt het mogelijk om aandacht te hebben voor wat zich rondom afspeelt. Je moet geen groot ornitholoog zijn om te genieten van de vele vogels die je onderweg begroeten: Futen die vlak voor de boeg onderduiken en even later elders weer opduiken, eenden die in koppels over het water glijden, reigers die met een bijna theatrale stilstand langs de oever wachten op hun moment. Meeuwen die zich niets aantrekken van geografische grenzen en ver landinwaarts trekken, op zoek naar opportunistische maaltijden. 

Langs de oevers wisselen bomen in volle bloei en kale takken elkaar af, alsof de seizoenen nog niet helemaal hebben besloten wie het pleit zal winnen. Het licht weerkaatst op het water en verandert voortdurend van karakter. Het zijn geen spectaculaire taferelen, maar precies daarin schuilt hun kracht: wie de tijd neemt om te kijken, ontdekt een rijkdom die anders onopgemerkt blijft. 

Sluizen, gesprekken en een verdwijnend beroep 

De tweede dag kiezen we de IJzer, richting Diksmuide. Daarvoor moeten we eerst door de Sint-Jorissluis. Een telefoontje en vijf minuten later staan we met ons sloepje voor de immense sluispoort. Terwijl het waterpeil in de sluis stijgt komt de sluiswachter een praatje maken. Het valt me op hoe vriendelijk de meeste sluiswachters zijn. Jammer genoeg is hun beroep met uitsterven bedreigd. In de toekomst zullen bruggen en sluizen steeds meer vanop afstand automatisch worden bediend. De nieuwe tijd, net wat u zegt, maar het stemt me wat melancholiek. Geen menselijke aanwezigheid meer bij bruggen en sluizen, niemand aan de loketten in treinstations en banken en in sommige supermarkten moeten we zelf onze koopwaar scannen en afrekenen. 

Wanneer de Sint-Jorissluis zich ontsluit, ligt de IJzer op ons te wachten… …

Efficiënt, ongetwijfeld. Maar iets van de menselijke maat gaat verloren. Ook op het water is er vandaag weinig volk te bespeuren op een baggerboot na. Omdat we met een slakkengangetje verder tuffen zou je durven denken: is dit nu de grote waterervaring waar zoveel mensen van dromen ? 

We passeren een eenzame visser en zwaaien naar een moedige fietser, kromgebogen over zijn stuur tegen de wind. Achter iedere bocht hoop je: wie weet is hier een aanlegsteiger met daarnaast een herberg voor een hap en een drank, maar helaas daarvoor moesten we drie uur verder tot we net voor Diksmuide aan de Dodengang arriveerden.

Die is er niet op voorzien om boot of sloepvaarders te ontvangen, aanmeermogelijkheden zijn er niet, een jachtje heeft zijn meerpalen in de oever geheid.

Wij vinden een plekje aan de steiger van de overzet voor fietsers en wandelaars. Buiten het toeristische seizoen ligt die er verlaten bij. Naast de overzetbak kunnen we netjes aanmeren en uitstappen.

 Nooit meer oorlog?

 In tegenstelling tot de schoonheid van de natuur word je bij dit monument geconfronteerd met de gruwel van de menselijke barbaarsheid. Soldaten verschansten zich vier jaar lang in loopgraven, met de hand gegraven moordkuilen om mekaar te bestoken met alles wat dood en vernieling kon brengen. Voor het eerst werd er ook vanuit de lucht gebombardeerd en werden er chemische wapens gebruikt. 

De Dodengang in Diksmuide. Leert de mens dan nooit? De actualiteit geeft helaas geen geruststellend antwoord. 

Van overal ter wereld werden jonge kerels geronseld om hier te dienen als kanonnenvlees, tienduizenden stierven in de Vlaamse klei of keerden verminkt en verwond aan het eind van de oorlog terug naar huis. 

Na 1918 ontstonden overal monumenten, pleinen en straten met de naam: vrede. ‘Nooit meer oorlog’ luidde de slogan. In Diksmuide werd in 1930 de IJzertoren geopend, maar tien jaar later was het opnieuw zover. Je zou denken: leert de mens dan nooit uit de misstappen van het verleden? Helaas geven Gaza, Oekraïne, Iran, Libanon … ons geen bemoedigend antwoord.

 We keren in stilte terug naar de boot. Op de terugweg ontwaren we het silhouet van de IJzertoren, diep in de verte. Nooit meer oorlog.,. staat daar in grote letters op. Wat moet je daar nu mee. Nee, niet cynisch worden.

 Een zonneluifel met een eigen wil 

Alsof de natuur zelf nog een voetnoot wil toevoegen, steekt de wind op. Eerder op de dag hadden we – optimistisch en een tikje ijdel – het zonneluifel uitgeklapt. Het stond goed, gaf dat typische vakantiegevoel, en ach, we hadden het nu eenmaal. Wanneer de wind aantrekt, blijkt datzelfde luifel een eigen leven te gaan leiden. Het vangt wind, trekt aan de boot en duwt ons subtiel maar beslist in richtingen die we niet noodzakelijk hadden voorzien. De besturing wordt plots iets eigenzinniger, alsof de boot zich niet langer volledig laat overtuigen. 

In de luwte van de sluis vergeten we dat even, maar bij het aanmeren herhaalt het scenario zich. Met een dwarse wind en een meewerkend maar niet altijd gehoorzaam luifel eindigen we met een eerder stevige aanraking met het ponton.

Het soort manoeuvre dat men achteraf liever als “leerrijk” bestempelt. De Whaly zelf blijft onverstoorbaar. Een lichte veeg, meer niet. Het bevestigt nogmaals de robuustheid van het materiaal. 

Toegankelijk 

Wat deze formule van ‘wandelen op het water’ bijzonder maakt, is de toegankelijkheid. De combinatie van een comfortabel verblijf en een eenvoudig te bedienen sloepje maakt het mogelijk om zonder veel voorkennis toch een inspirerend waterervaring te beleven. Voor de fervente vaarder, maar evengoed voor wie het water vooral vanop afstand kent en zich langzaam wil laten overtuigen. 

“Heb je ervan genoten?” Het antwoord laat zich raden. Wanneer de tocht ten einde loopt en de boot opnieuw op de trailer wordt getrokken, sluit de slagboom zich zoals verwacht na één minuut. Efficiënt, bijna symbolisch. 

Waar een boottochtje al niet goed voor is... voor verlangen naar vrede en genieten van schoonheid 

 Tekst en foto’s: Herwig De Weerdt / Leo Van Dorsselaer