Beschrijving van de banner

De restauratie van de Askoy II

‘Rêver un impossible rêve’.

Het grote verhaal is bekend: halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw besluit Jacques Brel op het toppunt van zijn carrière om zich terug te trekken uit de wereld van chanson en showbusiness. Hij koopt het zeilschip, de Askoy II, ooit eigendom van de bekende architect Hugo Van Kuyck. Vooraleer hij vertrekt op wereldreis laat hij de nodige reparaties uitvoeren en trekt hij naar Blankenberge om nieuwe zeilen te bestellen bij zeilmakerij Wittevrongel. En hier begint het kleine verhaal dat veel minder gekend is.

Vader Wittevrongel kent wel de Askoy, maar de man die de zeilen komt bestellen helemaal niet. Om zeker te zijn dat hij niet met een charlatan te maken heeft vraagt hij de identiteitskaart van de nieuwe klant en wil hij ook een stevig financieel voorschot. ’s Avonds komt Vader Wittevrongel thuis en vertelt hij aan zijn zonen Piet en Staf het verhaal van de vreemde snuiter die zeilen kwam bestellen. Als de zonen vragen naar zijn naam kijkt vader op het bestelformulier en zegt: ‘een zekere Brel, Jacques Brel’.

De zonen kunnen hun oren niet geloven. Maar enfin vader, Brel, één van de grootste helden van het Franse chanson heeft bij ons zeilen besteld! Staf nam de zeilmakerij over van zijn vader en ontmoette Jacques Brel meerdere keren. Brel stuurde tijdens zijn reizen meerdere postkaarten naar de Wittevrongels, met als boodschap:

‘Grâce à tes voiles je suis déjà arrivé à …. Cordialement  Jacques Brel.

Omzwervingen en conflicten

Na veel omzwervingen en een ernstig conflict tussen Jacques en zijn dochter France, die hij samen aan boord had genomen met zijn jonge geliefde Maddly Bamy, arriveren Brel en Bamy op de Marquisen eilanden. Ze meren aan op Hiva Oa, het eiland waar ook de Franse schilder Paul Gaugain heeft gewoond en gewerkt. Het koppel vindt er een bescheiden woonst en verkopen de boot aan de Amerikaanse Cathy Cleveland. Nadien wordt het schip meerdere keren doorverkocht tot het in 1994 voor de kust van Nieuw-Zeeland in een storm terecht kwam en strandde op Baylys Beach. Daar werd het interieur, de motor en andere essentiële onderdelen van het jacht geroofd door strandjutters zodat enkel het casco overbleef. Jarenlang lag het eens zo majestueuze schip te verkommeren op een strand bij Dargaville.

Tien jaar later komen een aantal zeilfanaten en Brel liefhebbers, waaronder de gebroeders Wittevrongel, samen in mijn huis te Gent om er de vzw ‘Save Askoy II’ op te richten. In 1998, had ik in gezelschap van Maddly Bamy de documentaire ‘Jacques Brel op de Marquisen, que la vie soit douce’ gemaakt.

Twintig jaar na de dood van ‘Le Grand Jacques’ waren we samen teruggekeerd naar de plek waar Brel zijn laatste levensjaren doorbracht.

France Brel verbood de vertoning van de documentaire. Blijkbaar had ze na al die jaren het conflict aan boord van de Askoy nog niet verteerd. Het werd een wrang en langdurig juridisch dispuut waarvan ik jullie de trieste details wil besparen. Wie wel geïnteresseerd waren in de docu: de gebroeders Wittevrongel. Zij namen me mee aan boord van de vzw en zo geraakte ik betrokken bij het ongelofelijk avontuur van de redding en de restauratie van de Askoy.

Een verhaal met twee facetten

Dat verhaal heeft twee facetten. Het ene heet geluk geluk geluk, het andere pech pech pech. Wat een wonder dat het wrak zonder scheuren uit het zand werd gehaald, wat een geluk dat het via een uitzonderlijk transport tot de haven werd gebracht, wat een geluk dat een rederij het casco bovendeks vanuit Nieuw-Zeeland naar België bracht. Maar ook pech loerde om de hoek.

Het oorspronkelijke plan: de restauratie uitvoeren op de maritieme site van Oostende. Alle activiteiten werden er stopgezet. Dan werd alles overgebracht naar de Nieuwe Scheldewerven in Rupelmonde. Die onderneming ging failliet. Tenslotte werden de resten van de Askoy naar een loods in Zeebrugge gebracht, waar er soms met de moed der wanhoop aan de restauratie werd verder gewerkt.

De broers Wittevrongel bleven ondertussen, met een grenzeloze energie, geld inzamelen voor de restauratie. Ze gaven lezingen, nodigden groepen uit naar de loods, verkochten beeldjes gemaakt van resten staal uit het wrak van de Askoy, maakten een boek met de geschiedenis van de Askoy, organiseerden benefietoptredens met een Franse zanger met als artiestennaam Arnaud Askoy. Ikzelf schreef flarden tekst uit de liedjes van Brel op oude zeildoeken… Gelukkig kwam er eindelijk ook steun van de overheid via het Kust Actieplan en uiteindelijk werd de Askoy door de Vlaamse regering erkend als ‘varend erfgoed’.

Wie goed doet, goed ontmoet

Men zegt soms: ‘wie goed doet, goed ontmoet’. En dat was zeker zo voor de Askoy. Zo verscheen uit het niets een bejaarde schrijnwerker, een zekere Michel Van De Putte. Die heeft bijna tot aan zijn dood elke dag gewerkt aan de betimmering en hij schonk ook al zijn machines aan de vzw. Een andere dag dook er een Fransman op, Bernard Bonzon. Die had eerder meegewerkt aan de restauratie van Jojo, het vliegtuig van Brel op de Marquisen. Nu maakte hij er een erezaak van om ook het schip van Brel te restaureren. Dan waren de twee Yves: Yves Demey en Yves Muylle die ook het beste van zichzelf gaven om de restauratie tot een goed einde te brengen. En dan vergeet ik nog de tientallen vrijwilligers en toevallige passanten die met raad en daad in alle stilte hun steentje hebben bijgedragen.

Een drijvend brok poëzie

Maar de grootste pluim gaat natuurlijk naar de gebroeders Wittevrongel. Staf en Piet hebben met een onverwoestbare energie de moed gevonden om hun ondenkbare droom, leur ‘impossible rêve’ te realiseren. Staf moest zijn activiteiten meerdere keren onderbreken voor medische ingrepen, moeilijke tijden in ziekenhuizen en revalidatiecentra, maar telkens weer krabbelde hij overeind en stond hij opnieuw aan het roer van dit wonderlijke project.

Vandaag ligt de Askoy opnieuw te blinken in het water en maakt ze haar eerste proefvaarten. Wie in Antwerpen langskomt voor de Tall Ship Race mag zeker niet vergeten om een bezoek te brengen aan de Askoy,.

Dit is meer dan een vaartuig. Het is een schip met een ongelofelijk boeiende geschiedenis, het resultaat van droom en doorzettingsvermogen, een drijvende brok poëzie. Hopelijk krijgt de Askoy voor lange tijd opnieuw een goede wind in de zeilen.

Tekst: Herwig Deweerdt – Foto’s: vzw Askoy II