De Askoy II werd gebouwd in 1960 op de Antwerpse scheepswerf Van de Voorde, naar een ontwerp van Raymond Derkinderen, gebaseerd op een schets van eigenaar Hugo Van Kuyck. Het schip werd ontworpen voor de pleziervaart, maar bleek al snel een echt oceaanjacht, gebouwd om de zeven wereldzeeën te trotseren.

Hugo Van Kuyck was niet de eerste de beste: ingenieur, architect, medewerker van Victor Horta én betrokken bij de voorbereiding van de geallieerde landing in Normandië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met de Askoy II voer hij langs de Noordzee, Schotland en Noorwegen.
Staal, zout en avontuur
De romp werd volledig in staal opgebouwd. De staalplaten werden gelast en blind geklonken op L-spanten, een constructiewijze die het schip uitzonderlijk sterk maakte. De Askoy II beschikt over een langkiel met een neerlaatbare kiel, een technisch bijzonder systeem waardoor de diepgang van 2 meter kon worden vergroot tot ongeveer 3,4 meter. Het schip heeft een waterverplaatsing van ongeveer 42 ton.
Ook de tuigage maakte indruk. De Askoy II werd uitgerust als yawl, met twee masten, een fok, kluiver, torengetuigd grootzeil en bezaanzeil. Aan de wind beschikte het schip over een zeiloppervlak van zowat 80 vierkante meter. Oorspronkelijk werd het jacht aangedreven door een Gardner-dieselmotor van 100 pk. Tijdens de restauratie kreeg het schip later een Volvo Penta-motor van 280 pk.
De roep van de oceaan
Wereldberoemd werd het schip later dankzij Jacques Brel, die de Askoy II in 1974 kocht en ermee koers zette naar de Atlantische Oceaan en uiteindelijk de Stille Zuidzee. Het schip werd onlosmakelijk verbonden met het beeld van Brel als rusteloze reiziger, ver weg van de spotlights en het leven van de showbusiness.

Na vele omzwervingen strandde de Askoy II in 1994 tijdens een zware storm op Baylys Beach, aan de westkust van Nieuw-Zeeland. Jarenlang lag het wrak half begraven in het zand, blootgesteld aan wind, zout en oceaanwater.
Een uitzonderlijke reddingsoperatie
Wat voor velen het einde betekende, werd voor een groep Vlaamse zeilliefhebbers en erfgoedfanaten het begin van een uitzonderlijk reddingsproject. De broers Piet en Staf Wittevrongel namen samen met andere vrijwilligers het initiatief om het schip terug naar België te halen en opnieuw zeewaardig te maken. Na inspecties ter plaatse bleek de stalen romp verrassend goed bewaard gebleven. In december 2007 werd het wrak opgegraven en in mei 2008 keerde de Askoy II terug naar België.
Daar begon een restauratie van lange adem. Eerst in Oostende, later in Rupelmonde en uiteindelijk in Zeebrugge, werd bijna vijftien jaar gewerkt aan de wederopbouw van het schip. Vrijwilligers, vaklui en erfgoedliefhebbers bouwden de Askoy II stap voor stap opnieuw op, met respect voor de oorspronkelijke plannen en uitstraling. Nieuwe houten masten, een volledig nieuw dek en een vernieuwd interieur brachten het schip opnieuw tot leven.

Varend erfgoed voor nieuwe generaties
De inspanningen werden uiteindelijk bekroond met de erkenning van de Askoy II als beschermd varend erfgoed door de Vlaamse overheid. In april 2024 volgde de officiële tewaterlating, kort daarna gevolgd door de doopplechtigheid in Zeebrugge.

Vandaag vaart de Askoy II opnieuw. Niet langer als privéjacht van een beroemde artiest, maar als varende ambassadeur van maritiem erfgoed. Via zeiltochten, rondleidingen en sociale projecten wil men het schip openstellen voor een breed publiek en nieuwe generaties laten kennismaken met haar unieke geschiedenis.
Meer dan zestig jaar na haar bouw heeft de Askoy II opnieuw haar plaats op het water ingenomen — als symbool van avontuur, vakmanschap en doorzettingsvermogen.

