Aan boord van een tall ship draait het niet alleen om trainees die voor het eerst kennismaken met het leven op zee. Achter de schermen — of beter gezegd: op het dek, in de masten en aan de touwen — staan ook ervaren instructeurs die ervoor zorgen dat theorie werkelijkheid wordt. Een van hen is Jeroen Weyn, voormalig kapitein ter lange omvaart en vandaag dekinstructeur tijdens de Tall Ships Races.
Zijn taak? Jongeren begeleiden, technische kennis doorgeven en hen vooral laten ervaren wat het betekent om écht op zee te leven en te werken.
Weyn spreekt met zichtbaar enthousiasme over die overdracht van ervaring. Dat engagement komt niet uit het niets. Al van zijn zesde tot zijn twintigste was hij actief bij de zeescouts. “Die drang naar de zee heeft er eigenlijk altijd ingezeten,” vertelt hij.
Tijdens de Tall Ships Race probeert hij trainees niet alleen uit te leggen hoe een schip functioneert, maar vooral hoe zeevaart aanvoelt. Dat gebeurt soms in omstandigheden die leerlingen niet snel vergeten.
“We hebben eens twee dagen storm gehad,” vertelt hij. “Dan leer je studenten over de schaal van Beaufort, maar plots staan ze echt op het dek terwijl de wind blijft aantrekken. Je kan theoretisch uitleggen wat Beaufort betekent, maar uiteindelijk is dat een gevoelsschaal. Dan vraag ik: kom eens aan dek staan en ervaar Beaufort.”
Soms slaat daarbij letterlijk een golf over het dek en krijgt iedereen een douche zeewater over zich heen. Weyn lacht. “Dat hoort erbij.”
Van natuurkunde naar de zee
Opvallend is dat Weyn zelf geen klassieke maritieme achtergrond had. Oorspronkelijk studeerde hij natuurkunde, wiskunde en wijsbegeerte. Maar gaandeweg besefte hij dat het vooruitzicht van een leven tussen labo’s en kantoorwerk hem niet gelukkig zou maken.
“Ik zat in een studietraject waar statistisch gezien maar vijftien procent de eindmeet haalde,” zegt hij. “Ik hoorde bij die groep, maar tegelijk voelde ik dat het uiteindelijke werk mij niet lag.”
De roep van de zee bleek sterker. Hij koos alsnog voor de zeevaartschool, bouwde een carrière uit van matroos tot kapitein ter lange omvaart en voer bijna tien jaar wereldwijd.
Vandaag werkt hij opnieuw grotendeels aan wal, als gerechtsdeskundige en juridisch expert in maritieme dossiers. Sinds 2023 is hij bovendien voorzitter van Naucom, de nautische commissie bij de ondernemingsrechtbank van Antwerpen. Maar het contact met de zee wil hij niet verliezen.
“Na tien jaar varen voelde ik dat ik wat gekalmeerd was,” zegt hij glimlachend. “Maar ook nu zit er nog altijd veldwerk in mijn job. Ik kom nog vaak in de haven. En volgend jaar ga ik opnieuw mee als instructeur met de Tall Ships. En ja, het thuisfront vindt dat prima.”
Niet iedereen blijft varen
Volgens Weyn is het trouwens een misverstand dat een opleiding nautische wetenschappen automatisch leidt naar een leven op zee. “In het eerste jaar steekt bijna iedereen enthousiast de hand op als je vraagt wie wil varen,” vertelt hij. “Maar als je vraagt wie kapitein wil worden, haakt de helft al af.”
Dat ziet hij niet als falen, maar als een normaal groeiproces. Sommige studenten ontdekken onderweg dat het leven op zee niets voor hen is. Anderen vinden net hun roeping.
“Dat gebeurt in veel opleidingen,” zegt hij. “Sommige jongeren kiezen op basis van een folder of een schoolbeurs en beseffen later dat het toch niet hun ding is. Dat is niet erg.”
Hij probeert trainees daarom ook duidelijk te maken dat een maritieme opleiding veel breder inzetbaar is dan alleen de brug van een schip. “Je kan ook aan de slag in havens, logistiek, technologie of maritieme dienstverlening. Die opleiding opent veel deuren.”
Zeeziekte hoort erbij
Wie voor het eerst meevaart op een tall ship krijgt vaak ook een minder romantische kennismaking met de zee: zeeziekte.
“Ja, dat komt heel vaak voor,” zegt Weyn nuchter. “Sommige trainees geven bij hun eerste maaltijd meteen alles terug aan de zee.”
Volgens hem zijn er maar weinig mensen die volledig immuun zijn. De meeste deelnemers raken er na enkele dagen doorheen, al zijn er ook trainees die na een tussenstop opnieuw ziek worden zodra het schip weer uitvaart.
“Dat is gewoon deel van de ervaring,” zegt hij. “Je leert ermee omgaan.”
Handwerk en kameraadschap
Ondanks de fysieke inspanningen blijft het leven aan boord volgens Weyn iets bijzonders. Zeker op traditionele tall ships, waar nog veel manueel gewerkt wordt.
“Zeilen is nog altijd handwerk,” zegt hij. “Bij het brassen van de zeilen rekenen veel schepen echt op de trainees. Dat is zwaar werk, maar tegelijk ook deel van het plezier.”
En precies daarin schuilt volgens hem de kracht van sail training: jongeren ontdekken niet alleen de techniek van het varen, maar ook samenwerking, verantwoordelijkheid en doorzettingsvermogen.
“Je ziet mensen veranderen tijdens zo’n reis,” zegt hij. “Dat blijft het mooiste om mee te maken.”

