EBI lanceert routekaart voor alternatieve brandstoffen in Europese jachthavens
De Europese pleziervaartsector zet een nieuwe stap richting verduurzaming. De Europese brancheorganisatie European Boating Industry (EBI) heeft een routekaart gepubliceerd die moet helpen bij de uitbouw van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen in jachthavens. Met het document wil de organisatie zowel de sector als beleidsmakers richting geven bij de energietransitie van de recreatieve scheepvaart.
De studie, getiteld *Energy Transition for Recreational Boating in Europe: A Roadmap for Alternative Fuel Infrastructure*, schetst hoe Europa’s meer dan 6,5 miljoen recreatievaartuigen de komende jaren kunnen overschakelen naar duurzamere vormen van voortstuwing. Daarbij wordt nadrukkelijk gekozen voor een technologie-neutrale aanpak, waarbij verschillende oplossingen naast elkaar kunnen bestaan.
Geen wondermiddel
Volgens EBI bestaat er geen universele oplossing voor de verduurzaming van de recreatievaart. De Europese vloot is daarvoor te divers. Ze omvat zowel kleine elektrische sloepen op binnenwateren als grotere motor- en zeiljachten die lange afstanden afleggen op zee.
De organisatie pleit daarom voor een zogenoemde “multi-pathway”-benadering. Daarbij krijgen verschillende technologieën de ruimte om zich verder te ontwikkelen, afhankelijk van het type schip, het gebruiksprofiel en de beschikbare infrastructuur.
Hoewel de recreatievaart slechts verantwoordelijk is voor ongeveer 0,4 procent van de uitstoot van broeikasgassen binnen het Europese transport, wil de sector volgens EBI actief bijdragen aan de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie.
HVO als directe oplossing
Een belangrijke plaats in de routekaart is weggelegd voor duurzame brandstoffen die zonder ingrijpende aanpassingen kunnen worden gebruikt in bestaande motoren. Vooral HVO (Hydrotreated Vegetable Oil) wordt daarbij naar voren geschoven als een van de meest veelbelovende oplossingen op korte termijn.
HVO kan in de meeste bestaande dieselmotoren worden gebruikt zonder technische aanpassingen en vereist bovendien geen nieuwe tankinfrastructuur. Volgens EBI kan deze brandstof de CO₂-uitstoot over de volledige levenscyclus met tot 90 procent verminderen in vergelijking met fossiele diesel. Ook de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden ligt aanzienlijk lager.
Voor veel jachthavens en bootbezitters biedt dit een relatief eenvoudige manier om hun ecologische voetafdruk te verkleinen zonder onmiddellijk te investeren in nieuwe vaartuigen of uitgebreide infrastructuurwerken.
Elektrisch varen in opmars
Naast duurzame brandstoffen ziet EBI ook een sterke groei van elektrische aandrijving en hybride systemen. Vooral in het segment van kleinere boten en op binnenwateren wint elektrisch varen snel aan populariteit.
Die ontwikkeling brengt echter nieuwe uitdagingen met zich mee voor jachthavens. Naarmate de capaciteit van batterijen toeneemt en meer vaartuigen elektrisch worden aangedreven, stijgt ook de behoefte aan laadpunten en een zwaardere elektriciteitsinfrastructuur.
Voor grotere recreatievaartuigen worden daarnaast toekomstige mogelijkheden onderzocht rond waterstof en methanol. Die technologieën bevinden zich nog grotendeels in een ontwikkelingsfase, maar zouden op langere termijn een rol kunnen spelen in de verduurzaming van grotere schepen.
Jachthavens als spil van de transitie
Volgens EBI zullen jachthavens een cruciale rol spelen bij de omschakeling naar duurzame energie. Zij vormen immers de plek waar brandstoffen worden geleverd, batterijen worden opgeladen en nieuwe technologieën hun weg vinden naar de gebruiker.
Daarom roept de organisatie op tot een nauwe samenwerking tussen de sector, havenuitbaters, Europese instellingen, nationale overheden en regionale partners. De infrastructuur in havens moet gelijke tred houden met de snelle technologische ontwikkelingen in de sector.
Dat is geen eenvoudige opdracht. In Europa zijn naar schatting tussen de 10.000 en 20.000 jachthavens actief. Veel daarvan zijn kleine of middelgrote ondernemingen of worden beheerd door lokale overheden. Hun financiële mogelijkheden om grote investeringen te doen zijn vaak beperkt.
Oproep tot Europese steun
EBI vraagt daarom gerichte steunmaatregelen vanuit Europa. Daarbij denkt de organisatie aan investeringsprogramma’s, innovatiefondsen en andere financiële instrumenten die jachthavens kunnen helpen bij de noodzakelijke modernisering van hun infrastructuur.
De routekaart sluit aan bij recente Europese beleidsinitiatieven zoals het Sustainable Transport Investment Plan (STIP) en de toekomstige Industrial Maritime Strategy. Beide erkennen volgens EBI dat de recreatievaart een plaats verdient binnen het bredere Europese transport- en maritieme beleid.
Met de nieuwe routekaart wil de sector zich niet alleen voorbereiden op strengere klimaatdoelstellingen, maar ook haar concurrentiekracht behouden. De boodschap van EBI is daarbij duidelijk: de energietransitie in de recreatievaart is begonnen, maar kan alleen slagen als ook de infrastructuur aan wal tijdig mee evolueert.

