Beschrijving van afbeelding

120 jaar geleden verging het eerste Belgische Schoolschip.

Toen op 11 april 1906 het Belgische zeilopleidingsschip ‘Comte de Smet de Naeyer’ de trossen losgooide van de kade aan het Steen te Antwerpen, kon men niet vermoeden dat dit haar laatste reis zou zijn.

Bestemming was Kaapstad en Port-Natal (Durban) in Zuid-Afrika en de 59 opvarenden waren aangemonsterd waarvan 29 kadetten in opleiding van de Zeevaartschool. Het schip was vervoerde een lading cement.

Het schip was gebouwd in 1904 en deed al een eerste verre zeereis naar Chili. De grote driemaster (81 m) werd daarna getransformeerd een beter uitgerust op aanwijzen van zijn commandant Gustave Addolphe Fourcault.

Vanwege de ongunstige weerstomstandigheden ging men voor anker in Vlissingen tot vrijdag 13 april 1906, Goede Vrijdag voor Pasen. De ‘Comte de Smet de Naeyer’ wordt dan gesleept door het krachtige stoomschip „Vulcain“ uit Antwerpen zuidwaarts door de Noordzee.

Bij het eiland Wight (UK) wordt de sleepboot ontkoppeld en de zeilen worden gehesen. Dinsdag 17 april wordt Cape Lizard voorbijgevaren. Het blijkt dan al dat het schip moeilijk te besturen valt. Men vaart met een NW-wind en een ZWW-koers met een snelheid van ongeveer 10 knopen.

Eerbetuiging aan het monument voor de slachtoffers van de schipbreuk van de ‘Comte de Smet de Naeyer’

Er werd vastgesteld dat er water in de ruimen van schip liep en dat het leegpompen ervan niet bij te houden was. Het schip begon stilletje te zinken. Op donderdag 19 april 1906 om 7 uur in de morgen op een gegist bestek ’47°12’N  014°30’W van Parijs, zijnde 012°10’W  van Greenwich’ verdween het schoolschip in de golven.

Hierbij verdronken 33 bemanningsleden waaronder de kapitein, aalmoezenier, 2 officieren, 11 bemanningsleden en 18 kadetten. 26 personen overleefden de schipbreuk en werden opgepikt door de viermastbark Dunkerque die hen op 28 april 1906 in Cushaven aan wal zette.

Eén van de meest mysterieuze scheepsrampen ooit in België. Er was achteraf heel wat controverse rond en de echte waarheid over de omstandigheden en de staat van het schip zijn nog steeds niet kunnen verklaard worden. Een verslag van een overlevende schetst enigszins de problematiek.

Standbeeld in Brussel

Vlakbij het Justitiepaleis aan het Jan-Jacobsplein in Brussel werd ter nagedachtenis een standbeeld geplaatst. Het kwam er in 1912 het monument is van de Brusselse kunstenaar Charles Samuel. Het stelt een naakte om hulp smekende jongen voor omarmd door een vrouw met een grote cape.

Ter herinnering wordt in principe jaarlijks een kleine plechtigheid gehouden aan het monument. Dit gebeurde ook dit jaar op zaterdag 25 april 2026, bijna dag op dag 120 jaar na de scheepsramp.

De plechtigheid werd opgeluisterd door oudgedienden van de zeemacht, leden van het Koninklijk Marine Kadettenkorps en het ‘Corps des Torpilleurs et Marins’. Verschillende afgevaardigden van de diverse maritieme verenigingen en de Belgische Marine deden eveneens hun opwachting.

Alain Pels

Met het ‘Ten Velde’ klaroengeschal startte de herdenking waarna de voorzitter van Belgisch Maritieme Liga, kapitein Alain Pels, een korte geschiedenis gaf van wat er toen gebeurde. Na de naamafroeping van de slachtoffers van de ‘Comte de Smet de Naeyer’ volgde een passend ‘Last Post’.

Eveneens werden bloemstukken neergelegd namens:
-Belgisch Martieme Liga door Veerle Huysmans, secretaris;
-Koninklijk Belgisch Zeemanscollege door Ignace de Cauwer, ondervoorzitter;
-Dag der Zeelieden door Alain Pels, voorzitter.

De ceremonie werd afgesloten met het Belgisch Volkslied.