De Vrienden van het Nieuw Scheepvaartmuseum (VNSM) organiseren van 16 februari tot 30 november 2026 een tentoonstelling rond nautische navigatie instrumenten. Het gros van de objecten is afkomstig uit de private collectie NavigArte, aangevuld met voorwerpen uit de eigen verzameling van de VNSM en het MAS. De tentoonstelling “Even poolshoogte nemen – Navigatie instrumenten door de eeuwen heen’, volgt ëen rondgang in tegenwijzerzin langs octanten, serianten, astrolabia, kompassen e.d. en scheepsmodellen. In een aparte ruimte zullen de bezoekers sommige instrumenten zelf kunnen uitproberen. De tentoonstelling is op weekdagen gratis te bezoeken in Zaal ‘Anker’ van het CEPA-gebouw, Brouwersvliet 33, 2000 Antwerpen, telkens van 8.30 tot 12 uur en van 12.45 tot 16.30 uur.
Leidraad bij het bezoek aan de tentoonstelling

Deze tentoonstelling gaat over navigatie-instrumenten, boeken (kaarten) en kennis van 1500 tot WO II. Maar eigenlijk gaat ze over iets groters: over oriëntatie:
-Over hoe mensen, eeuwen geleden, hun plaats bepaalden in de wereld, letterlijk en figuurlijk.
-Hoe men van kustvaart durfde over te gaan tot oceaannavigatie: de ‘Grote Scheepvaert’.
-Hoe men zijn nieuw ontdekte streken in kaart kon brengen, en liefst ook nog kon terugkeren.
Eerder oriënteerden men zich op kustgebieden, stromingen, sterren en zon, mees{al in vaargebieden waar land nooit ver weg was. Ook de Feniciërs en Grieken legden de basis van westerse navigatiemethoden. Vanaf circa 1450 durfden Europese ontdekkingsreizigers de open oceaan op.
Gedreven door handel, macht, geloof en wetenschappelijke nieuwsgierigheid stichtten vorsten navigatiescholen en stimuleerden zij nieuwe technieken.
In het noordelijk halfrond bood de hoogte van de Poolster een directe bepaling van de breedte. Ten zuiden van de evenaar gebruikte men de zon op haar hoogste stand, samen met vooraf berekende
declinatietabellen.

Omdat de lengtegraad nog niet betrouwbaar kon worden bepaald, volgden zeevaarders het zogeheten “breedte varen”: eerst noord of zuid tot de juiste breedte, daarna oost of west op kompas en gegiste afstand.
Kaarten evolueerden van eenvoudige kustschetsen tot de betrouwbare Mercatorprojectie. De grote doorbraak kwam pas in de 18de eeuw met nauwkeurige tijdmeting.

Dankzij chronometers, sextanten en astronomische berekeningen kon men eindelijk ook de Lengte bepalen. Daarmee bereikte de klassieke navigatie haar hoogtepunt; tot zij in de 20ste eeuw werd overvleugeld door elektronische systemen en satellietnavigatie.
Wat hier wordt getoond is het resultaat van een collectie met fascinatie voor het vernuft van vroegere wetenschappers en de durf van zeevaarders. Het is het fundament waarop de moderne technoLogie rust.
Curator Carl Dierickx vertelt:

1. Antwerpen als maritiem kruispunt
Het is geen toeval dat deze tentoonstelling hier plaatsvindt, in Antwerpen. Vlaanderen is al eeuwen het centrum van de navigatie in het Noorden. Denk maar aan het ontstaan van de Kogge, en Brugge als poort naar Engeland en handelspost naar het Noorden.

De haven van Antwerpen – vandaag een van de grootste ter wereld – is al eeuwenlang een poort tot de wereld, ‘And this is a fact ‘ zei De Wever onlangs in een top. In de 16de eeuw was Antwerpen, na de verzanding van Brugge, het kloppende hart van internationale handel, scheepvaart, kennisuitwisseling en innovatie.
Schepen brachten niet alleen goederen aan wal, maar ook innovaties. Navigatiekennis was geen abstracte wetenschap, maar een economische noodzaak. Wie zijn koers kon bepalen, wie kon meten, rekenen en kaarten kon projecteren, bepaalde mee de wereldkaart – en daarmee ook de machtsverhoudingen.
Antwerpen was in die periode niet enkel een handelsstad, maar ook een kennisstad, waar drukkers, instrumentmakers, cartografen en wetenschappers elkaar vonden.
2. Zuid-Nederlandse pioniers van de navigatiewetenschappen
Het tweede luik van deze tentoonstelling: de rol van Zuid-Nederlandse en Belgische wetenschappers tijdens wat we gerust de gouden eeuw van Antwerpen en Leuven mogen noemen, grofweg tussen 1502 en 1585.

Iedereen kent de Age of Discovery van Portugal en Spanje en de Gouden 17de eeuw van Amsterdam met de VOC, maar daartussen zit onze gouden eeuw of renaissance!
Namen als Gemma Frisius, Gerardus Mercator, Abraham Ortelius, Michiel Coignet, Johannes Stadius, familie van Langren en Petrus Plancius klinken vandaag misschien academisch, maar in hun tijd waren zij grensverleggende vernieuwers. Van de meesten kunnen jullie hier stukken zien.

Zij legden de fundamenten van:
-astrononavigatie, te bekijken in de eerste 5 vitrines
-moderne cartografie, met hier vooral voorbeelden van de Noordzee
-meetkundige projecties,
Maar ze verbeterden ook instrumenten zoals astrolabia, de kruisstaf en globes. Daarom dat Koenraad van Cleempoel deze mensen ‘Thinking Hands’ noemt.
Ze waren de voorlopers in de zoektocht naar de lengteligging op zee, 200 jaar vóór die wedstrijd ‘The Quest for the Longitude’ in 1714 in London werd uitgeschreven.
Wat hen verbindt, is dat hun werk, theorie en praktijk samenbracht. Hun ideeën en de instrumenten die ze vaak zelf maakten, vonden rechtstreeks hun weg naar de scheepsdekken van koopvaarders en ontdekkingsreizigers. Zonder hen geen veilige vaart, geen wereldhandel, geen maritieme expansie vanuit Antwerpen. En zonder hen ook geen bloei van Amsterdam nà de val van Antwerpen en de braindrain die daarop volgde.

Deze tentoonstelling en onze collectie wil hen opnieuw zichtbaar maken – niet als stoffige namen uit handboeken, of recent ontdekte manuscripten, maar als actieve spelers in een internationaal netwerk van kennis en vakmanschap.
Meer dan 10% van de getoonde objecten zijn ‘Made in Antwerp’
3. Een pijnlijke afwezigheid: het maritiem museum
En dat brengt mij, als Antwerpse Pagadder woonachtig in Hasselt, bij het derde, en misschien meest prikkelende punt.
- Antwerpen is vandaag een wereldhaven.
- Antwerpen heeft een indrukwekkend cultureel aanbod.
- Maar Antwerpen heeft geen volwaardig maritiem museum.

Dat is opmerkelijk – en eerlijk gezegd ook moeilijk te verantwoorden – wanneer men ziet dat vrijwel alle grote havensteden in Europa en daarbuiten wél investeren in de ontsluiting van hun maritieme geschiedenis en erfgoed:
Lissabon, Barcelona, Athene, Venetië, Londen, Rotterdam, Amsterdam, Hamburg, Kopenhagen, Oslo, Stockholm, Göteborg, Tallinn, Sint Petersburg… de lijst is lang, maar ik bezocht ze allen, samen met m’n echtgenote die toch ook m’n passie wat deelt.
Een maritiem museum is immers geen nostalgisch project. Het is een plek waar geschiedenis, technologie, wetenschap, economie en cultuur samenkomen. Een plek waar verleden, heden en toekomst van de zeevaart en de haven elkaar zouden moeten ontmoeten.
Deze tentoonstelling is geen museum. Maar zij is wel een signaal. Een uitnodiging om opnieuw na te denken over wat een havenstad haar geschiedenis en haar toekomst verschuldigd is. En dat moet meer zijn dan een belevingscentrum.
Misschien verstaat de titelvoerende burgemeester het beter in het Latijn: Navigare necesse est, vivere non est necesse. Varen is noodzakelijk, leven is niet noodzakelijk. Toegeschreven aan Pompeius Magnus Romein uit 1st eeuw voor christus. Dit komt niet uit Chat GPT, maar dit werd het motto van de Hanze die na Brugge Antwerpen als handelsplaats kozen.
Verschil tussen verdwalen en aankomen
Met ‘Even Poolshoogte Nemen’ nodigen wij u uit om letterlijk even stil te staan, te kijken, te meten en te heroriënteren. Om te beseffen dat de kennis die hier wordt getoond, ooit het verschil maakte tussen verdwalen en aankomen. En dat al deze technieken terug actueel zijn geworden door de realiteit dat GPS kan verstoord worden door ‘jamming’ en ‘spoofing’, en dat de kapiteins terug moeten kunnen grijpen naar klassieke kaarten en sextanten.
Dr. Carl Dierickx
Curator NavigArte Collectie
Curator Even Poolshoogte Nemen
www.NavigArte.be en www.evenpoolshoogtenemen.be
Dr. Koenraad Van Cleempoel
Professor in Art History & Vice Dean – Faculty of Architecture & Arts – Universiteit Hasselt | Campus Diepenbeek

foto’s © Georges Janssens

