Watersport is populairder dan ooit in Nederland. Dat blijkt uit het grootschalige Watersportonderzoek 2024, uitgevoerd door Trends & Tourism in opdracht van Waterrecreatie Nederland. De bevindingen zijn niet alleen interessant voor de Nederlandse sector, maar bieden ook waardevolle inzichten voor de Belgische watersportwereld.
Het meest recente Watersportonderzoek – dat in 2024 voor de derde keer werd uitgevoerd, na eerdere edities in 2013 en 2021 – schetst een gedetailleerd en actueel beeld van het watersportlandschap bij onze noorderburen. De resultaten werpen ook een interessant licht op de kansen en uitdagingen die er in België liggen op het vlak van waterrecreatie.
Eén op drie Nederlanders doet aan watersport
Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 33% van de Nederlandse volwassenen in 2024 één of meerdere vormen van watersport heeft beoefend. Zwemmen in open water staat met stip bovenaan (19%), gevolgd door varen met een sloep (9%) en suppen (6%). In verhouding zijn het vooral jongvolwassenen tot 54 jaar, mensen uit hogere sociale klassen en inwoners van waterrijke provincies zoals Zuid-Holland, Friesland en Zeeland die vaak op of in het water te vinden zijn.
De aantrekkingskracht van watersport ligt voor velen in gezelligheid en ontspanning. Voor sportieve varianten zoals wakeboarden, surfen en jetskiën speelt ook de adrenaline (“de kick”) een belangrijke rol.
Veranderende patronen sinds corona
De cijfers laten een lichte stijging zien in de totale deelname aan watersport ten opzichte van 2021. Tegelijkertijd daalt het gemiddeld aantal dagen per jaar dat Nederlanders zich bezighouden met watersport. Dat geldt vooral voor het varen en zeilen.
Deze verschuiving is deels te verklaren door het verdwijnen van coronabeperkingen. Tijdens de pandemie groeiden buitenactiviteiten in eigen land explosief. Nu Nederlanders weer massaal naar het buitenland trekken voor vakanties, neemt de tijd die aan watersport wordt besteed af. Andere verklaringen zijn infrastructurele knelpunten, zoals een toename in stremmingen bij bruggen en sluizen.
Van kajuitboot tot sup: hoe Nederlanders watersport beleven
Het onderzoek maakt een onderscheid tussen verschillende watersportvormen: van traditioneel varen met kajuit- of open boten tot sportievere varianten zoals kanoën, roeien, suppen en duiken. Ook vissen en het relatief nieuwe fenomeen “zwemmen in open water” zijn meegenomen.
Wat opvalt: veel mensen beoefenen hun sport incidenteel – slechts enkele keren per jaar. Alleen vissen, roeien, surfen en zeilen met kajuitboten kennen een groter aandeel fanatieke beoefenaars (meer dan 16 dagen per jaar).
De duur van een gemiddelde watersportactiviteit ligt tussen de 2 en 4 uur, met uitzondering van zeiltochten met kajuitboten (4–6 uur). Zonnebaden, zwemmen en een horecabezoek blijken populaire extra-activiteiten tijdens vaar- en zeildagtochten.
Waar speelt het watersportleven zich af?
De regionale spreiding van watersportactiviteiten toont bekende patronen: Friesland blijft het mekka voor zeilers, terwijl Noord- en Zuid-Holland populair zijn voor sloepjes en motorboten. Zeeland trekt vooral duikers aan. Gelderland blijkt verrassend genoeg het populairste gebied voor waterskiën en wakeboarden.
Opvallend is dat de meeste mensen telkens naar dezelfde gebieden trekken. Alleen kajuitvaarders, kanoërs en duikers wisselen vaker van locatie. De drukte op het water is voor sommige groepen (speedboten, surfers, wakeboarders) een groeiend pijnpunt.
Uitgaven en infrastructuur
Financieel gezien laten de cijfers interessante trends zien. Voor een dagtocht op het water wordt gemiddeld tussen de €25 en €35 per persoon uitgegeven. Voor vaar- of zeilvakanties loopt dat bedrag op tot €150 à €250 per persoon. De meeste vakanties duren maximaal een week, waarbij kajuitvaarders vaak op hun boot overnachten, terwijl sloepgebruikers liever in een huisje verblijven.
Wat wensen watersporters dan van hun omgeving? Veiligheid en een schone omgeving scoren het hoogst. Voor botenliefhebbers zijn aanlegsteigers en sanitaire voorzieningen essentieel. Huurmogelijkheden blijken belangrijk bij laagdrempelige vormen als suppen, kanoën en zeilen met open boten. Aan wal wordt vooral waarde gehecht aan natuurgebieden en parkeergelegenheid.
Stijgend bezit van watersportmateriaal
Watersport is niet alleen een hobby, maar ook een investering. Zo’n 1,5 miljoen Nederlandse huishoudens bezitten inmiddels watersportuitrusting – vooral vismateriaal (7,4%), supboards (4,2%) en kano’s/kajaks (2,2%). De interesse in aankoop van nieuwe uitrusting richt zich opnieuw vooral op supboards en sloepen, wat wijst op blijvende groei in deze segmenten.

Wat wij kunnen leren…
Hoewel dit onderzoek zich focust op Nederland, zijn sommige conclusies ook relevant voor België. Wat België kan leren van de Nederlandse aanpak is vooral het belang van structurele monitoring. Dankzij herhaalde en systematische metingen sinds 2013 kan Nederland beleidsmatig beter inspelen op evoluties in de sector. Investeringen in voorzieningen, vaarwegen en veiligheid kunnen zo beter worden afgestemd op de vraag. Eveneens herkenbaar zijn de uitdagingen: beperkte toegang tot water in bepaalde regio’s, drukte in populaire zones en een infrastructuur die niet overal even goed mee-evolueert met de behoeften van de recreant.
Het Watersportonderzoek 2024 laat wel zien hoe rijk, divers en veranderlijk de watersportsector is. Voor beleidsmakers, toeristische diensten én commerciële aanbieders biedt het waardevolle handvatten om strategieën uit te stippelen. Ook voor België lijkt het momentum rijp om een gelijkaardig onderzoek te lanceren.

