Martinique, ankeren tussen de schildpadden


[huge_it_slider id=”8″]

Pagina 1: De eerste keer voelt wat vreemd

Een eerste keer in Martinique aankomen voelt wat vreemd aan. Je wordt overvallen door de tropische warmte, de weelderige begroeiing en het harde licht van de tropen. Maar tegelijk duiken er zoveel vertrouwde elementen in het straatbeeld op: de verkeersborden, de richtingaanwijzers, de namen van de supermarkten langs de kant van de weg, de rondepunten, de merken van auto’s. Dit zijn de tropen, ja, maar dit is ook Frankrijk.

De inwoners van dit Caraïbische eiland hebben de Franse nationaliteit, het geld komt van Frankrijk en dus zijn ook de wegen en infrastructuur helemaal op Franse leest geschoeid. Door vele en relatief goedkope vluchten uit Parijs is Martinique een makkelijke toegangspoort om de Caraïben met de zeilboot te verkennen.

Dat is ook te merken in de haven van Le Marin. Onze Oceanis 46 van Beneteau verzinkt in het niets op het ponton van onze chartermaatschappij Dream Yacht Charter. We worden omringd door tientallen, zo niet honderden, catamarans van vijftig voet en meer. Dit is een van de drukste havens van de Caraïben. Dat komt door het chartertoerisme, maar ook veel eigenaars laten hun boot hier liggen. Le Marin is namelijk een van de beste ‘hurricane holes’ van de regio. De haven ligt op het einde van een baai die nagenoeg van alle windrichtingen beschermd is tegen orkanen.

Het ogenschijnlijk vriendelijk blauwe water ligt bezaaid met riffen die soms minder dan een meter diep zijn.

Het is eind juni, de maand die officieel het begin van het orkaanseizoen inluidt. Maar we hebben ons huiswerk gemaakt: aan deze zuidelijke kant van de Caraïben is juni nog een veilige maand. De statistieken leren ons dat het land in deze maand op honderd jaar tijd slechts een drietal orkanen over zich heeft gehad. Al zullen we de weerberichten op de VHF natuurlijk extra in de gaten houden.

Broeierig heet

De eerste nacht is het broeierig heet aan boord. De afgeschermde baai heeft als nadeel dat de afkoelende oostenwind er minder vrij spel heeft. We hebben met ons drieën ruimte te over in de strak en modern ingerichte Oceanis die twee jaar oud is. Op zondagmorgen passeren we langs de Carrefour om de hoek voor provisies –niet vergeten: grote zak ijs om het de batterij van de koelkast makkelijker te maken- en tegen zondagmiddag gooien we de trossen los.

De baai van Le Marin toont meteen dat dit een vaargebied is waar je je hoofd moet bij houden. Of toch in elk geval de kaart en de gps.

Het ogenschijnlijk vriendelijk blauwe water ligt bezaaid met riffen die soms minder dan een meter diep zijn. Gelukkig is de nauwe vaargeul ertussen hier goed beboeid, maar dat schijnt elders in de Caraïben veel minder het geval te zijn. De treurende scheepswrakken die we links en rechts zien liggen, zien er alvast niet bemoedigend uit.